Ga direct naar
Inhoud

Goed bestuur met oog voor kinderen…

dinsdag 15 december 2009 09:31 Wanneer ben je een ‘goed bestuur’? Als je flink de ‘touwtjes in handen hebt’? En welke touwtjes dan? En wie mogen allemaal aan die touwtjes trekken? En, als laatste vraag –maar zou als eerste gesteld moeten worden- biedt mijn manier van besturen ook garanties voor goed onderwijs? Eenvoudiger gezegd: worden de kinderen er beter van dat ze mij als bestuurder of directeur hebben?

De laatste tien jaar merken we dat er meer ruimte gekomen is voor schoolbesturen, te zien in autonomievergroting en deregulering. Uiteraard vraagt dit meer verantwoordelijkheid van schoolbesturen. Denk maar aan het zichtbaar maken van de kwaliteit van het geboden onderwijs en de resultaten. Maar ook andere en meer verantwoordelijkheden voor de bedrijfsvoering (personele en financiële zaken) én voor de manier van interne en externe verantwoording.

Scholen zijn hiermee hun eigen maatschappelijke ondernemer geworden.

En dat vraagt om een doordenking van de eigen beroepscode. Die kwam er. Op 5 juli 2004. Niet bindend, maar wel duidelijk richtinggevend.

Een nieuwe wet is in aantocht: ‘Goed bestuur; goed onderwijs’. In het najaar 2009 door de Tweede Kamer aangenomen. Wat valt op?

  • De eisen voor minimumkwaliteit onderwijs worden aangescherpt.
  • Er komt een mogelijkheid voor de minister bij bestuurlijk wanbeheer in te grijpen (bekostigingssanctie).
  • Er komt een formele bekostigingsvoorwaarde: scheiding bestuur en intern toezicht.

Op 19 januari 2010 staat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel ‘goed onderwijs, goed bestuur’ op de agenda van de Eerste Kamer. En allerlei bezwaarmakers roeren zich.

Er is op 21 okt.2009 een brief uitgegaan van de Besturenraad, KBO en KBVO naar de Eerste kamer, waarin bezwaren tegen het wetsvoorstel worden ingebracht.

Johan Schaberg, columnist van NRC/Handelsblad, maakt zich zorgen over de "klamme deken van bestuurstoezicht" die het wetsvoorstel over het onderwijs legt. Het wetsvoorstel legt opnieuw een beklemmende last op het onderwijs. Als dat verkeerd uitpakt, gaat er niet iets fout met een enkele school, maar lijdt de hele onderwijssector schade."

We onderstrepen het belang dat besturen gericht dient te zijn op goed onderwijs. Ongeacht of er wel of niet een wet is. En wij zijn overtuigd dat de kwaliteit van besturen erbij gebaat is als er op dat besturen adequaat toezicht is. Ongeacht of er wel of niet een wet is. Maar een overheid die denkt alles in wetten te kunnen stoppen, overspeelt haar mogelijkheden. Er is meer in het leven dan succesvolle prestaties. Als besturen hun taak op grond van de code goed bestuur serieus nemen, dan doen ze dat zonder de wet en is de wet overbodig.

Goed bestuur is randvoorwaarde (geen doel op zich) om de kwaliteit van het onderwijs te behouden en te verbeteren (het echte doel). Met het oog voor de kinderen. Daarom mag besturen niet ontaarden in touwtrekkerij.

A. (Bram) Karels
senior onderwijsadviseur

Labels

«Terug

Share |




Snelkoppelingen
Volg ons op