Leeropbrengsten: hooguit een bijproduct van onderwijs?
Door Bram de Muynck en Jan Voorthuyzen
Van de weeromstuit zouden scholen allergisch kunnen worden voor opbrengsten. Als dat gebeurt, dan laten zij juist kansen liggen. Nadrukkelijk werken aan opbrengsten brengt ongedachte voordelen met zich mee. En als het ingebed is in een waardegerichte benadering verrijkt dit het onderwijs. Op grond van ervaringen laten we zien dat dit kan.
Het denken in opbrengsten gaat ook het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs niet voorbij. Deze schooltypen worden dus niet met rust gelaten, omdat daar de leerlingen naar school gaan die toch al moeite genoeg hebben met het leren. Nee, ook deze scholen moeten aantonen dat de leerlingen tenminste het niveau bereiken dat reëel verwacht mag worden. Op de speciale basisscholen in Barendrecht, De Akker en De Wijngaard, wordt hier vergeleken met bijvoorbeeld 10 jaar geleden dan ook veel meer op gelet. Tot onze verrassing heeft de gerichtheid op goede resultaten geleid tot een positief effect op de leerresultaten én op het werkplezier van de leerkrachten. Onze leerlingen blijken verder te kunnen komen dan waartoe de scholen eerder in staat waren. Verleken met 5 jaar geleden bereiken onze leerlingen nu 100% meer vorderingen bij het leren lezen!
Wat is het geheim hiervan? Allereerst een gezamenlijke gerichtheid van de teamleden. Overzichten van resultaten kun je zien als ‘hulpplaatjes’ bij wat er aan de hand is. Wanneer je daar samen goed naar kijkt wordt je creatief en ga je samen naar oplossingen zoeken. Daardoor ga je ook de noodzaak zien van betere methodieken en van een goede organisatie van het onderwijs. Ook leerkrachten zijn nooit te oud om te leren. Je spant jezelf niet in in het luchtledige, maar je doet iets om kinderen te helpen bij het leren. Hoe breder je handelingsrepertoire is, hoe beter je dit kunt doen. Daarom moet er in onze visie steeds gependeld worden tussen ‘inspanning’ en resultaat. Hoe hebben we het onderwijs ingericht? Wat is het resultaat daarvan? Wat leren we hiervan? Hoe gaan we nu verder?
Een tweede punt is dat de gegevens van toetsen ineens veel meer betekenis krijgen. In het gewone basisonderwijs worden de vorderingen van de leerlingen bij lezen, spelling en rekenen al jaren bijgehouden in het leerlingvolgsysteem. Veel gegevens worden wel gebruikt om leerlingen op te sporen die onvoldoende vorderingen maken, maar worden vaak nauwelijks benut om het onderwijs zelf te verbeteren. Wij hebben gezien dat dit anders kan. Helaas ondernemen scholen vaak pas iets als het ‘te laat’ is en de inspectie in beeld gekomen is. Daar moet je niet op wachten. Als je op een eerder moment aan de slag gaat met je gegevens doet dit iets met een schoolteam en met leerlingen: “We waren er eerst nooit zo op gericht, nu je beter begrijpt hoe de klas er voor staat, ga je als vanzelf in je onderwijs daar beter rekening mee houden”. “De resultaten moesten echt omhoog (gelet op de inspectienorm). Samen met de leerlingen hebben we ervoor geknokt en we hebben het gehaald. De sfeer in de groep is bovendien ook sterk door verbeterd, het is veel meer een echte groep geworden!”.
Deze uitspraak brengt ons bij een derde ervaring, namelijk dat een gerichtheid op leeropbrengsten dienstbaar is aan de, nog belangrijkere, pedagogische doelen. In het speciaal basisonderwijs waren we voorheen vooral gericht op het welbevinden van leerlingen, maar daarmee alleen kom je er niet. Door stap voor stap te werken aan een volgend leerdoel en de leerling daar juist zelf ook bij de betrekken, wordt het zelfbeeld van de leerlingen versterkt. Doelen moeten dan uitdagend zijn, er moet echt een inspanning voor geleverd worden. Uiteraard wordt dit met verstand gedaan, afgestemd op wat een leerling aankan.
In reactie op beide genoemde schrijvers over deze materie zouden we dan ook willen stellen, dat inspanning alleen niet voldoende is. Resultaten kunnen prima gebruikt worden bij de reflectie op het eigen onderwijs. Wij zouden niet graag beweren dat de collega’s in Barendrecht zich 5 jaar geleden niet goed inspanden om de leerlingen iets te leren, alleen zien zij bij het leren lezen en bij andere vakken meer resultaat dan toen! Resultaten zijn niet slechts een bijproduct van het ‘echte’ onderwijs, zoals Steef Post stelt. Resultaten behoren bij het vormingsdoel van de school om kinderen toe te rusten voor hun toekomst. In onze ogen gebeurt er iets groots als een leerling zijn eerste AVI-niveau haalt. Dat is iets om van te genieten, iets om dankbaar voor te zijn. Te vaak verkeren leerkrachten in onzekerheid of zij hun werk goed doen. Overzichten van leerresultaten kunnen hen meer houvast geven. De kunst voor de schoolleiding is om de resultaten geen bedreiging te laten zijn maar een uitdaging. Als zij met behulp van resultaten, motiverende gesprekken weet te voeren, dan merken leerkrachten dat ze niet een eindeloze en onduidelijke inspanning met elkaar leveren, maar dat ze van tijd tot tijd mogen markeren wat het resultaat daarvan is.
Zijn er dan geen terechte bezwaren? Zeker wel. Terecht wordt aan de kaak gesteld dat de inspectie spreekt over het maximaliseren van prestaties en tegen de maakbaarheidsgedachte zullen wij even krachtig protesteren als de genoemde auteurs. Wij denken echter dat het nadrukkelijk werken met opbrengsten ingebed kan zijn in een waardegerichte benadering waarin de vorming van het gehele kind centraal staat. Deze aanpak hoeft niet te leiden tot een afrekencultuur. Sterker nog : ze draagt bij aan het welbevinden van kinderen en het werkplezier van de leraren.
Dr. Bram de Muynck (lector onderwijs en identiteit bij Driestar Educatief) en Jan Voorthuyzen (directeur-bestuur S(B)O in Barendrecht/Werkendam en senior managementadviseur bij Driestar Educatief). Zij werken aan een project waarin vanuit de identiteit kritisch gereflecteerd wordt op opbrengstgericht werken.
- Labels