Dirigerend management - op de juiste toonhoogte
‘Management’. Toets dit woord in Google in. In 0,21 seconden tovert het programma 18.000.000 Nederlandse pagina’s waarop dit woord voorkomt tevoorschijn. Zet je ‘Onderwijskundig’ voor management dan heeft het programma 0,06 seconden nodig om 71.600 pagina’s te vinden waarop gedachten te lezen staan over onderwijskundig management. Ik wil daar in deze column ook met u over nadenken. Management – zegt Wikipedia betekent letterlijk: beheer. Het Engelse woord management is afgeleid van de oud-Franse term ménagement wat ‘de kunst van het dirigeren of leiden’ betekent. En van het Latijnse manu agere wat ‘aan de hand leiden’ betekent. Vooral dat dirigeren spreekt mij als muziekliefhebber zeker aan. Maar wat is een dirigent zonder orkest, zonder partituur, zonder concertmeester? Al deze zaken kunnen we doorvertalen naar de onderwijspraktijk. Wat is een manager zonder professionals, zonder beleidsafspraken, zonder ondersteuning?
Toch wil ik hier bepleiten dat we onszelf niet moeten verliezen in woordspelletjes. Hoofd der school, bovenmeester, directeur, schoolleider; allemaal zijn ze de laatste eeuw gepasseerd. Nu komen we in de fase dat we in personeelsadvertenties zoeken naar een onderwijskundig manager. Maar als we in diezelfde advertentie bij drie van de vijf eisen het woord leider tegenkomen, hoe is het denkproces wat aan deze advertentie vooraf ging dan verlopen? Zoeken we als bestuur in een sollicitatieprocedure nu een schoolleider of een onderwijskundig manager? Ik weet het antwoord niet! Maar het bestuur van een zorginstelling vraagt zich toch ook niet af of het een rusthuisleider of een zorgvuldig (of zorgelijk?) manager moet zijn! Het moet iemand zijn die ervoor zorgt dat de tent draait én resultaat oplevert. Wat heeft deze school op dit moment van haar bestaan nodig om de komende periode vorm te geven aan onze allerbelangrijkste opdracht: goed onderwijs geven. Over deze vraag moeten de besturen heel goed nadenken, zonder te vervallen in naamgevingvraagstukken.
Voor het voeren van deze dialoog wil ik een aantal handreikingen doen. Laten we vooral geen goede voorbeelden nemen om ons beleid op te gronden, want er zijn ook minder fraaie voorbeelden die we dan zouden negeren! Laat ze hooguit fungeren als mooie illustraties. Laten we ons baseren op de feiten, zoals een goed bestuurder deze in de school waarneemt en gerapporteerd krijgt van het management. We zijn het er allemaal over eens dat we een directeur zoeken die specialist is op vele terreinen. Hierin moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen (1) een onderwijskundig specialist of (2) een specialist op het gebied van leiderschap. Als het bestuur een onderwijskundig specialist zoekt, is dat dan omdat deze persoon ook moet kunnen invallen als een klas onverhoopt een dag zonder leerkracht komt te zitten? Of omdat hij[1] een hele goede leerkracht moet zijn geweest. Of omdat hij leiding moet geven aan het onderwijskundige proces? Maken we zo niet van de gevraagde persoon onbewust en/of ongewild weer de ouderwetse primus inter pares (= de eerste onder zijns gelijken)? Mijn persoonlijke mening is dat het bestuur moet zoeken naar de specialist op het gebied van leiderschap. Het is mooi meegenomen als deze persoon vroeger een gerespecteerd onderwijzer was, maar het moet geen vereiste meer zijn. De manager die gezocht moet worden is iemand die de kunst van het dirigeren verstaat; iemand die de hele organisatie kan leiden. Dat betekent dat hij de juiste vragen stelt aan zijn ondersteunende mensen en aan de mensen voor de klas die de eerstverantwoordelijken zijn voor het onderwijskundige proces. Het is ook iemand die niet de pasklare antwoorden uit zijn spreadsheetmodel tovert, maar deze samen met alle geledingen ontdekt. Het is tevens iemand die er zorg voor draagt dat alle taken die zijn aandacht van het primaire proces afhouden, laat uitvoeren en daar ook controle op heeft. En niet in de laatste plaats iemand die visie heeft op de toekomst.
Het is duidelijk dat het bestuur stuurt op de resultaten en dat de directeur een zo ruim mogelijk speelveld krijgt om deze resultaten met de groep te verwezenlijken. Een glasheldere managementrapportage, een actueel managementstatuut en een duidelijke omschrijving van de taken van bestuur en toezichthouder zijn hierbij onmisbaar. De directeur of schoolleider functioneert middenin dit krachtenveld. Dat kan alleen als hij specialist is op het gebied van leiderschap; iemand die zowel onderwijskundig, bedrijfsmatig als persoonlijk leider is. Hans Wijers, bestuursvoorzitter van AkzoNobel, zegt in een artikel in Management Team over leiderschap het volgende: ‘het zou kunnen dat we de afgelopen jaren een aantal elementen van goed leiderschap hebben onderschat. Ik heb het bijvoorbeeld over klantsensitiviteit, over je antennes die gericht zijn op wat er morgen kan gebeuren en over het vermogen om te balanceren tussen de korte en lange termijn’. Wat we nodig hebben in het onderwijs is ‘een persoonlijkheid die niet een hele dag met het dirigeerstokje loopt te zwaaien, maar die nadenkt over het concertprogramma van volgend jaar’. Een dirigent die ervoor zorgt dat de cantates en de symfonieën zo zuiver mogelijk worden opgevoerd. Dan zit er muziek in het onderwijs!
W.P. (Willem) Poppe
Senior adviseur Driestar Managementadvies
[1] Hier kan uiteraard ook ‘zij’ gelezen worden. Maar hier kom ik in een latere column nog eens op terug.
- Labels
Archief > 2009
december
- 15-12-09 - Goed bestuur met oog voor kinderen…
- 11-12-09 - Dictum sapienti sat est - Voor een goede verstaander is dit woord genoeg
november
- 27-11-09 - Suum cuique - Ieder het zijne
- 10-11-09 - Alta Mente Repostum - Zijn we als school wie we willen zijn?
oktober
- 27-10-09 - Dirigerend management - op de juiste toonhoogte
- 01-10-09 - Om kwaliteit en identiteit - een integraal duo