Ga direct naar
Inhoud

Suum cuique - Ieder het zijne

vrijdag 27 november 2009 09:36 De Balkenende-norm, de code Tabaksblat en de code Goed bestuur, topinkomens, bonussen, allemaal begrippen waarmee we in de laatste jaren ‘vertrouwd’ geraakt zijn. Maar zoals een accountant behoort te zeggen: “vertrouwen is goed, controle is beter!”

Heel snel zien we in de terminologie verharding optreden. Er wordt dan gesproken over excessieve topinkomens en graaicultuur. Blijkens enkele voorvallen schijnt ook het onderwijs hier niet aan te ontkomen. Willen wij dat?

Veranderende verhoudingen

Er staat een nieuwe wet op stapel: de wet Goed onderwijs, goed bestuur. Goed bestuur betekent dat ieder bestuur wordt geacht te functioneren volgens algemene principes van goed bestuur. Als onderdeel daarvan stelt de wet als voorwaarde dat iedere rechtspersoon die met publieke gelden scholen in stand houdt, het interne toezicht op het bestuur goed regelt. De organisatievorm waarin deze functiescheiding tussen intern toezicht en bestuur wordt gegoten, laat de wetgever vrij. Dit gaat leiden tot veranderende verhoudingen in de aansturing van het onderwijs. Zowel voor grote organisaties als voor kleine besturen. Er zullen raden van toezicht en raden van bestuur worden gevormd, directeuren zullen gaan werken met een versterkt mandaat of 'opgetild' worden in de rol van directeurbestuurder. Verantwoordelijkheden zullen anders in de organisaties komen te liggen. De Tweede Kamer is het met de bewindslieden op onderwijs eens dat vrijheid van onderwijs ook verantwoordelijkheid betekent voor het geven van kwalitatief goed onderwijs. Dit verklaart de mooie naam van de wet. Graag willen wij er samen met u aan werken dat de komma in de naam van de wet veranderd kan worden in een gelijkheidsteken. We zullen daarbij alert moeten zijn op de maatschappelijke tendens dat raden van bestuur en raden van toezicht geen onbesmet blazoen meer hebben. Wie ‘Het Drama Ahold’ of ‘De Prooi’ gelezen heeft, zal dit zeker herkennen.

Maandelijkse financiële vertaling

Ook in het primair onderwijs zal de vraag (van de samenleving) naar bonussen gesteld gaan worden. Meer verantwoordelijkheid betekent in de regel ook meer beloning; terecht. Een directeur die integraal verantwoordelijk wordt gemaakt voor alle primaire processen binnen de onderwijsorganisatie mag dit aan het eind van de maand ook financieel vertaald zien. Maar een algemeen directeur of directeurbestuurder die om bepaalde redenen opstapt, behoeft toch geen gouden handdruk te krijgen. Want het gelijkheidsteken moet er wat mij betreft echt komen; in het voordeel van onze kinderen. Geld kan slechts één keer worden aangewend. Als het professioneel handelen van de verantwoordelijke personen leidt tot verbetering van het onderwijs is dit op z’n plaats. Maar als het tegendeel blijkt, worden publieke gelden dus onrechtmatig ingezet. Daarom wordt de rol van de (nieuwe) toezichthouder geen ceremoniële, maar één die het belang van de maatschappij dient. Ook in het onderwijs geldt: suum cuique. Ieder het zijne: de kinderen goed onderwijs, de bestuurder zijn bezoldiging. Een dure plicht!

W.P. (Willem) Poppe
Senior adviseur managementadvies

Labels

«Terug

Share |




Snelkoppelingen
Volg ons op