Ga direct naar
Inhoud

De resultaatgerichte toezichthouder

maandag 30 januari 2012 De taken van de functie toezichthouder in het basisonderwijs zijn zich in de praktijk aan het ontwikkelen. Na een voorzichtige start in 2010 of 2011 komt er grip op de inhoud van de taken. Om goed toezicht te kunnen houden is een heldere inhoudelijke rapportage onmisbaar.
Deze rapportage komt tot stand vanuit vastgestelde afspraken en wettelijke kaders voor toezichthouders.

Opbrengsten

Onderwijsopbrengsten staan reeds enige tijd behoorlijk centraal. Dit komt onder andere vanuit de veranderde rol van de inspectie. Die is met name gericht op het ‘controleren’  van de verwachte opbrengsten. Een basisschool met een bepaalde populatie leerlingen dient aan verwachte opbrengsten te voldoen. Het werken aan deze opbrengsten zorgt de laatste jaren op verschillende scholen voor een verhoging van de werkdruk. Dit is zeker het geval als de school mede door te lage opbrengsten bestempeld werd als zwakke of zeer zwakke school. 

Zo’n  beoordeling bracht een verscherpt toezicht door de inspectie met zich mee, waarbij het bestuur, de directie en het team nauwlettend in de verbeteringen werden gevolgd. Daarbij speelde informatie aan de ouders als belanghebbenden een grote rol. Ook zij volgden de verbeteracties vanuit de school.

De besturen worden dus door de inspectie aangesproken op de opbrengsten. Het bestuur is het bevoegd gezag en aansprakelijk. De verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag zal ook bij de veranderingen in de verhouding tussen bestuurders en toezichthouders gelijk blijven.

Afspraken

Binnen directie, team, bestuurders en toezichthouders zijn goede afspraken van essentieel belang. Te vage afspraken leiden tot verwarring en miscommunicatie. Dit geldt zeker bij de aandacht voor de opbrengsten van het onderwijs. De directie cq. bestuurders zullen een heldere en accurate verantwoordingsrapportages tijdig aan de toezichthouders moeten aanleveren. Deze rapportages dienen gekoppeld te zijn aan de geformuleerde afspraken en criteria vanuit de inspectie. Afwijkingen moeten in kaart gebracht worden.  Dan alleen kunnen toezichthouders goed reflecteren.

Goed onderwijs

Er wordt een verbinding tussen goed onderwijsbestuur en goed onderwijs gelegd. Goed onderwijs impliceert goede opbrengsten van dat gegeven onderwijs. Er wordt wel wat stelling genomen tegen deze uitspraak. De vraag is waar in het onderwijs het accent moet liggen bij de meting van opbrengsten. Is dat alleen cognitief? Geldt dat alleen taal en rekenen? Of moet het sociaal-emotionele aspect er ook onder gerekend worden?

In de onderbouw leren de kinderen al veel letters en cijfers, maar voelen ze zich ook sociaal veilig? Hoe is het klimaat in de groep ten aanzien van het meten van prestaties? Mag elk kind er zijn? Dat blijft toch een onderdeel van goed onderwijs in een goed pedagogisch klimaat?

Het cognitieve sluit het sociaal-emotionele niet uit. Als op een verantwoorde pedagogische manier het accent meer gelegd wordt op het cognitieve, dan is er niets mis mee. Maar als het alleen maar gaat om het cognitieve en de spanning onder de kinderen en leerkrachten is merkbaar, dan gaat het met het welbevinden in de groepen niet goed.

Landelijk ligt het accent (nog) sterk op het cognitieve. De opbrengsten moeten overeenkomen met het verwachte resultaat, omdat dit mede gerelateerd is aan de hoge kosten, die onderwijs met zich meebrengt.

Schoolbesturen en toezichthouders moeten over deze zaken met elkaar heldere afspraken maken. Hierdoor wordt er inhoud gegeven aan de relatie: goed onderwijs inclusief verwachte onderwijsopbrengsten aan goed onderwijsbestuur.

Transparantie

De afstand tussen toezichthouders en de leerkrachten, verantwoordelijk voor het primaire proces, is groot en wordt mogelijk nog groter. Binnen de visies van Good Governance en beleidsvormend besturen is die ‘afstand’ geformuleerd, maar de betrokkenheid op het primaire proces hoeft niet minder te worden dan voorheen.

Het primaire proces is gedelegeerd aan directie en leerkrachten, die als professionals hun werk in de school doen. Zij geven onderwijs en zij zorgen voor de opbrengsten. Toezichthouders nemen via rapportages kennis van het gegeven onderwijs en van de bereikte resultaten. Per situatie kan de gedetailleerdheid verschillen. De toezichthouders mogen ervan uitgaan dat er door middel van het onderwijs resultaten gerealiseerd worden, die op het verwachte niveau liggen.

Concreet

Toezichthouders kunnen kennisnemen van de rapporten van de inspectie in de achterliggende jaren en deze verbinden aan de door hen reeds geformuleerde uitspraken vanuit het strategisch beleidskader. In dit beleidskader gaat het altijd om grenzen stellen en kaders formuleren. Binnen die grenzen hebben uitvoerders (bestuurders, directie en team) ruimte voor eigen invulling. Anderzijds bevat het maatstaven voor het zichtbaar maken van overschrijdingen op allerlei terreinen, die niet acceptabel zijn.
Toezichthouders hebben houvast aan grenzen en kaders die een te bereiken doel aangeven. Daarbij wordt niet altijd bepaald met welk middel het doel bereikt wordt. Op die manier wordt er toezicht gehouden zonder te vervallen in de sfeer van louter reageren. Het is aan te raden als toezichthouders de werkwijze vast te leggen.

Toezichthouden als onderdeel van goed onderwijsbestuur vereist in de school een gelijke gerichtheid van alle betrokkenen op goed onderwijs. Alleen in die situatie is toezichthouden zinvol en vruchtbaar. Zo ondersteunen toezichthouders, bestuurders, directie en team elkaar om te komen tot goed opbrengstgericht onderwijs.

Meer weten over resultaatgericht toezichthouden? Neem contact op met A. (Bram) Karels

Labels

«Terug

Share |




Snelkoppelingen
Volg ons op